Definiëren van de uitdaging

april 26, 2011 by Ingrid van der Velden · Leave a Comment
Filed under: Achtergrond 

De uitgave “Protecting Infant Health” van het ICDC bevat een aantal citaten die duidelijk  maken hoe belangrijk de WHO-code is. De citaten definiëren de uitdaging.

“Poor infant feeding practices and their consequences are one of the world’s major problems and a serious obstacle to social and economic development. Being to a great extent a man-made problem, it must be considered a reproach to our science and technology and our social and economic structures, and a blot on our so-called development achievements.”

Vertaling:

Een verkeerde aanpak van het voeden van zuigelingen en de gevolgen daarvan vormen één van de grootse problemen in de wereld en zijn een belangrijk obstakel voor sociale en economische ontwikkeling. Aangezien dit grotendeels een probleem is dat de mens zelf heeft gemaakt, moet het beschouwd worden als een verwijt aan onze wetenschap en technologie en onze sociale en economische structuren, en als een smet op onze zogenaamde prestaties als gevolg van ontwikkeling.

Verklaring van de Meeting on Infant and Young Child feeding, georganiseerd door de World Health Organisation (WHO) en het United Nations Children’s Fund (UNICEF), oktober 1979

 

“Lack of breastfeeding – and especially lack of exclusive breastfeeding during the first half-year of life – are important risk factors for childhood morbidity and mortality that are only compounded by inappropiate complementary feeding. The life-long impact includes poor school performance, reduced productivity, and impaired intellectual and social development.”

Vertaling:

Gebrek aan borstvoeding – en vooral gebrek aan uitsluitend borstvoeding tijdens de eerste zes levensmaanden – zijn belangrijke risicofactoren voor de morbiditeit en mortaliteit onder kinderen die alleen verergerd worden door ongepaste bijvoeding. De levenslange impact uit zich onder andere in slechte prestaties op school, verminderde productiviteit en verminderde  intellectuele en sociale ontwikkeling.

Harlem Brundtland, Director-General, WHO en Caral Bellamy, Executive Director, UNICEF in het voorwoord van de Global Strategy for Infant and Young Child Feeding, 2003

Samenwerking maakt sterk

april 18, 2011 by Heleen Hayes · Leave a Comment
Filed under: Organisatie 

De Stichting Baby Voeding staat niet alleen. We zijn ingebed in een wereldwijde organisatie, IBFAN: International Baby Food Action Network. In elk werelddeel is een coördinator, voor Europa is dat GIFA. Daarnaast zijn er in de verschillende Europese landen landelijke organisaties, waarvan wij er een zijn. Bij onze zuiderburen is VBBB de organisatie die onder andere ijvert voor de WHO code. In Groot Brittannië is er Baby Milk Action die heel veel werk verricht. Bij de Europese (EU) lobby is het prettig als er vanuit zoveel mogelijk EU landen actie ondernomen wordt. Daarnaast kunnen de verschillende IBFAN groepen expertise delen. Het International Code Documentation Centre (ICDC) verzamelt niet alleen wereldwijd gegevens over onder andere implementatie en overtredingen van de WHO code, maar is daarnaast ook beschikbaar als vraagbaak.

In Nederland maken we deel uit van de Samenwerkende Borstvoedingorganisaties (SBO), een samenwerkingsverband tussen ons als IBFAN-groep, moeder-tot-moeder organisaties Vereniging Borstvoeding Natuurlijk en Borstvoedingorganisatie La Leche League , de organisatie van lactatiekundigen NVL en Stichting Zorg voor Borstvoeding die certificaten voor instellingen die baby- en dus ook borstvoedingvriendelijk werken certificeert. De SBO vergaderen een paar keer per jaar en stemmen dan, en tussentijds via email, een deel van hun activiteiten op elkaar af. Daarnaast organiseren de SBO een tweejaarlijks congres over borstvoeding.

Stichting Baby Voeding neemt tevens deel aan het Platform Borstvoeding. Het Platform Borstvoeding is een landelijke overleg tussen afgevaardigden van zorgorganisaties, borstvoedingorganisaties, Voedingscentrum en het ministerie van  Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Europarlement stemt voor resolutie, maar geen absolute meerderheid

april 6, 2011 by Heleen Hayes · Reageren uitgeschakeld
Filed under: Regelgeving 

Op 26 maart vroegen wij jullie mee te helpen bij een lobby tegen een twijfelachtige gezondheidclaim.
Gisteren, 6 april 2011, stemden de aanwezige leden van het Europees parlement vóór de resolutie om een omstreden DHA gezondheidsclaim op etiketten van opvolkmelk te blokkeren. Helaas was de meerderheid (omdat er een aantal leden niet aanwezig waren) niet groot genoeg. Om de Europese Commissie te laten handelen is er namelijk een absolute meerderheid nodig. Er waren 328 leden vóór de resolutie, 323 tegen en 26 aanwezigen onthielden zich van stemming. En dat was niet genoeg om de claim “De inname van Docosahexaeen-zuur (DHA) draagt bij tot de normale visuele ontwikkeling van zuigelingen tot de leeftijd van 12 maanden.” te blokkeren.

De campagneleiders zeggen dat de invloed van de babyvoedingsindustrie zichtbaar was in een aantal argumenten die werden gebruikt door tegenstanders van de claim. Patti Rundall OBE, beleidsdirecteur van Baby Milk Action, zegt:

“Toestemming tot het gebruik van deze claim geeft de industrie het marketingsgereedschap dat ze wilden hebben – en brengt het belangrijke proces rondom gezondheidsclaim in diskrediet. Er is duidelijk geen bewezen voordeel van DHA in opvolgmelken, maar er zijn wel mogelijke risico’s. De DHA claim zet het autorisatiesysteem voor gek. Het wordt geprezen als ‘de gouden standaard’, en heeft de Europese consument over het algemeen heel beangrijke veiligheidsgrenzen gegeven en heel veel andere onzinnige claims verworpen, maar het doet ouders en baby’s vandaag tekort. Als er werkelijk bewijs was dat deze claim ondersteunde, zou het moeten hebben geleid tot herziening van de samenstellingseisen om zo inferieure kunstvoeding van de markt te verwijderen.” “Degenen die voor de claim waren, wisten geen meerderheid van stemmen te krijgen. Wij wonnen vandaag de stemming, maar zonder de absolute meerderheid die nodig is om de commissie tot actie te dwingen. Ongekozen ambtenaren moeten de resolutie echter heel serieus nemen en het proces op de schop zetten waar het zuigelingenvoeding betreft”

In een brief aan Glenis Willmott MEP, een van degenen die de resolutie voorstelden, zei de WHO:

“WHO heeft geen aanbevelingen over de toevoeging van Docosahexaeen-zuur (DHA) aan kunstvoeding (…) tot op heden is er geen sterk bewijs waardoor gesteld kan worden dat de toevoeging van DHA aan kunstvoeding belangrijke klinische voordelen zal hebben.Als de WHO zo’n aanbeveling zou doen, zou het een strikt proces van richtlijnontwikkeling moeten volgen, gebaseerd op het beoordelen van al het beschikbare bewijs, verzameld door systematische reviews door panels van experts die vrij zijn van belangenconflicten.”

Voor meer informatie en voorbeelden van de tactieken van fabrikanten van zuigelingenvoeding, zie de site van onze Engelse collega’s van Baby Milk Action.

De WHO-code voor de marketing van vervangingsmiddelen voor moedermelk

april 3, 2011 by Heleen Hayes · Leave a Comment
Filed under: Regelgeving 

Het werk van de Stichting Baby Voeding draait helemaal om de WHO code voor de marketing van vervangingsmiddelen voor moedermelk, die in 1981 bij resolutie werd aangenomen door de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO). Op de site van de WHO vind je de volledige Engelstalige tekst van de originele code: The International Code of Marketing of Breastmilk Substitutes. Hierna kwamen nog vele aanvullende resoluties die ‘gaten in de mazen van de wet’ moesten dichten. Je vindt deze op de site van de overkoepelende organisatie van ijveraars voor de WHO code voor de marketing van vervangingsmiddelen voor moedermelk, IBFAN, netjes bij elkaar. De oorspronkelijk WHO code en de aanvullende resoluties vormen samen één geheel. Als er gesproken wordt over de WHO code, worden dus tevens de aanvullende resoluties bedoeld.

De WHO code en de aanvullende resoluties hebben de status van aanbeveling. Dit betekent dat regeringen dringend verzocht wordt de bepalingen volledig om te zetten in wetgeving. Het International Code Documentation Centre (ICDC) houdt bij in hoeverre dit in de verschillende landen ook daadwerkelijk gebeurd is. Het ICDC kan regeringen ook assisteren bij het formuleren van hun wetgeving.