Charter voor borstvoeding
In 2009 tekende de Stichting Baby Voeding samen met de leden van het Platform Borstvoeding het Charter voor Borstvoeding. In dit Charter geven de opstellers aan dat ze streven naar een samenleving waarin:
- het geven van borstvoeding gewoon is
- iedereen bekend is met de voordelen van borstvoeding
- ouders weloverwogen keuzes kunnen maken over de voeding van hun baby
- vrouwen in staat zijn hun kinderen borstvoeding te geven zolang zij willen.
Een van de manieren waarop dat gebeurt is door de Implementatie van de Internationale gedragscode voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk van de Wereldgezondheidsorganisatie en de aanvullende resoluties omtrent dit onderwerp. In het charter wordt dit verder toegelicht:
De marketing van kunstvoeding draagt eraan bij dat minder borstvoeding wordt gegeven. Vanwege de effecten van kunstvoeding is dat niet wenselijk. Daarom is het belangrijk om te komen tot regulering van de marketing, reclame van en voorlichting over kunstvoeding op basis van de normen zoals vastgelegd in de International Code of Marketing of Breast Milk Substitutes van de WHO, inclusief de latere resoluties.
Voor sommige tekenaars van het Charter blijkt dit in de praktijk nog best moeilijk te zijn. De Stichting Baby Voeding wil ze aanmoedigen dit punt toch bij de hoorns te vatten en langzaam maar zeker te zorgen dat de hele organisatie WHO code-proof is. Wanneer er twijfels zijn zijn wij er altijd om de helpende hand te bieden.
Het Charter omvat meer dan dit, hierover kun je lezen op de website van het Charter voor borstvoeding.
Definiëren van de uitdaging
De uitgave “Protecting Infant Health” van het ICDC bevat een aantal citaten die duidelijk maken hoe belangrijk de WHO-code is. De citaten definiëren de uitdaging.
“Poor infant feeding practices and their consequences are one of the world’s major problems and a serious obstacle to social and economic development. Being to a great extent a man-made problem, it must be considered a reproach to our science and technology and our social and economic structures, and a blot on our so-called development achievements.”
Vertaling:
Een verkeerde aanpak van het voeden van zuigelingen en de gevolgen daarvan vormen één van de grootse problemen in de wereld en zijn een belangrijk obstakel voor sociale en economische ontwikkeling. Aangezien dit grotendeels een probleem is dat de mens zelf heeft gemaakt, moet het beschouwd worden als een verwijt aan onze wetenschap en technologie en onze sociale en economische structuren, en als een smet op onze zogenaamde prestaties als gevolg van ontwikkeling.
Verklaring van de Meeting on Infant and Young Child feeding, georganiseerd door de World Health Organisation (WHO) en het United Nations Children’s Fund (UNICEF), oktober 1979
“Lack of breastfeeding – and especially lack of exclusive breastfeeding during the first half-year of life – are important risk factors for childhood morbidity and mortality that are only compounded by inappropiate complementary feeding. The life-long impact includes poor school performance, reduced productivity, and impaired intellectual and social development.”
Vertaling:
Gebrek aan borstvoeding – en vooral gebrek aan uitsluitend borstvoeding tijdens de eerste zes levensmaanden – zijn belangrijke risicofactoren voor de morbiditeit en mortaliteit onder kinderen die alleen verergerd worden door ongepaste bijvoeding. De levenslange impact uit zich onder andere in slechte prestaties op school, verminderde productiviteit en verminderde intellectuele en sociale ontwikkeling.
Harlem Brundtland, Director-General, WHO en Caral Bellamy, Executive Director, UNICEF in het voorwoord van de Global Strategy for Infant and Young Child Feeding, 2003

