De code schenden en de mazen van de wet
Filed under: Publicaties, Regelgeving, Schending van de code
Regelmatig geeft het International Code Documentation Centre (ICDC) een rapport uit: “Breaking the rules, stretching the rules”. Dit is te vertalen als ‘De code schenden en zoeken naar de mazen van de wet’. Ook al hebben deze fabrikanten de WHO code mede opgesteld, ze houden zich er niet aan. En in deze rapporten wordt dat zichtbaar gemaakt. Van elke fabrikant is er een hoofdstuk, waarin een deel van hun reclames en andere publicaties wordt besproken. Al deze producties zijn door getrainde IBFAN-medewerkers gevonden, bekeken, beoordeeld en beschreven. Er zijn veel meer overtredingen, want in lang niet alle landen zijn er van die getrainde mensen.
Het rapport van 2010 is – helaas – dikker dan ooit tevoren. Je kunt het digitaal of in papieren versie bestellen bij het ICDC. De inleiding is gratis te downloaden.
Charter voor borstvoeding
In 2009 tekende de Stichting Baby Voeding samen met de leden van het Platform Borstvoeding het Charter voor Borstvoeding. In dit Charter geven de opstellers aan dat ze streven naar een samenleving waarin:
- het geven van borstvoeding gewoon is
- iedereen bekend is met de voordelen van borstvoeding
- ouders weloverwogen keuzes kunnen maken over de voeding van hun baby
- vrouwen in staat zijn hun kinderen borstvoeding te geven zolang zij willen.
Een van de manieren waarop dat gebeurt is door de Implementatie van de Internationale gedragscode voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk van de Wereldgezondheidsorganisatie en de aanvullende resoluties omtrent dit onderwerp. In het charter wordt dit verder toegelicht:
De marketing van kunstvoeding draagt eraan bij dat minder borstvoeding wordt gegeven. Vanwege de effecten van kunstvoeding is dat niet wenselijk. Daarom is het belangrijk om te komen tot regulering van de marketing, reclame van en voorlichting over kunstvoeding op basis van de normen zoals vastgelegd in de International Code of Marketing of Breast Milk Substitutes van de WHO, inclusief de latere resoluties.
Voor sommige tekenaars van het Charter blijkt dit in de praktijk nog best moeilijk te zijn. De Stichting Baby Voeding wil ze aanmoedigen dit punt toch bij de hoorns te vatten en langzaam maar zeker te zorgen dat de hele organisatie WHO code-proof is. Wanneer er twijfels zijn zijn wij er altijd om de helpende hand te bieden.
Het Charter omvat meer dan dit, hierover kun je lezen op de website van het Charter voor borstvoeding.
Europarlement stemt voor resolutie, maar geen absolute meerderheid
Op 26 maart vroegen wij jullie mee te helpen bij een lobby tegen een twijfelachtige gezondheidclaim.
Gisteren, 6 april 2011, stemden de aanwezige leden van het Europees parlement vóór de resolutie om een omstreden DHA gezondheidsclaim op etiketten van opvolkmelk te blokkeren. Helaas was de meerderheid (omdat er een aantal leden niet aanwezig waren) niet groot genoeg. Om de Europese Commissie te laten handelen is er namelijk een absolute meerderheid nodig. Er waren 328 leden vóór de resolutie, 323 tegen en 26 aanwezigen onthielden zich van stemming. En dat was niet genoeg om de claim “De inname van Docosahexaeen-zuur (DHA) draagt bij tot de normale visuele ontwikkeling van zuigelingen tot de leeftijd van 12 maanden.” te blokkeren.
De campagneleiders zeggen dat de invloed van de babyvoedingsindustrie zichtbaar was in een aantal argumenten die werden gebruikt door tegenstanders van de claim. Patti Rundall OBE, beleidsdirecteur van Baby Milk Action, zegt:
“Toestemming tot het gebruik van deze claim geeft de industrie het marketingsgereedschap dat ze wilden hebben – en brengt het belangrijke proces rondom gezondheidsclaim in diskrediet. Er is duidelijk geen bewezen voordeel van DHA in opvolgmelken, maar er zijn wel mogelijke risico’s. De DHA claim zet het autorisatiesysteem voor gek. Het wordt geprezen als ‘de gouden standaard’, en heeft de Europese consument over het algemeen heel beangrijke veiligheidsgrenzen gegeven en heel veel andere onzinnige claims verworpen, maar het doet ouders en baby’s vandaag tekort. Als er werkelijk bewijs was dat deze claim ondersteunde, zou het moeten hebben geleid tot herziening van de samenstellingseisen om zo inferieure kunstvoeding van de markt te verwijderen.” “Degenen die voor de claim waren, wisten geen meerderheid van stemmen te krijgen. Wij wonnen vandaag de stemming, maar zonder de absolute meerderheid die nodig is om de commissie tot actie te dwingen. Ongekozen ambtenaren moeten de resolutie echter heel serieus nemen en het proces op de schop zetten waar het zuigelingenvoeding betreft”
In een brief aan Glenis Willmott MEP, een van degenen die de resolutie voorstelden, zei de WHO:
“WHO heeft geen aanbevelingen over de toevoeging van Docosahexaeen-zuur (DHA) aan kunstvoeding (…) tot op heden is er geen sterk bewijs waardoor gesteld kan worden dat de toevoeging van DHA aan kunstvoeding belangrijke klinische voordelen zal hebben.Als de WHO zo’n aanbeveling zou doen, zou het een strikt proces van richtlijnontwikkeling moeten volgen, gebaseerd op het beoordelen van al het beschikbare bewijs, verzameld door systematische reviews door panels van experts die vrij zijn van belangenconflicten.”
Voor meer informatie en voorbeelden van de tactieken van fabrikanten van zuigelingenvoeding, zie de site van onze Engelse collega’s van Baby Milk Action.
De WHO-code voor de marketing van vervangingsmiddelen voor moedermelk
Het werk van de Stichting Baby Voeding draait helemaal om de WHO code voor de marketing van vervangingsmiddelen voor moedermelk, die in 1981 bij resolutie werd aangenomen door de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO). Op de site van de WHO vind je de volledige Engelstalige tekst van de originele code: The International Code of Marketing of Breastmilk Substitutes. Hierna kwamen nog vele aanvullende resoluties die ‘gaten in de mazen van de wet’ moesten dichten. Je vindt deze op de site van de overkoepelende organisatie van ijveraars voor de WHO code voor de marketing van vervangingsmiddelen voor moedermelk, IBFAN, netjes bij elkaar. De oorspronkelijk WHO code en de aanvullende resoluties vormen samen één geheel. Als er gesproken wordt over de WHO code, worden dus tevens de aanvullende resoluties bedoeld.
De WHO code en de aanvullende resoluties hebben de status van aanbeveling. Dit betekent dat regeringen dringend verzocht wordt de bepalingen volledig om te zetten in wetgeving. Het International Code Documentation Centre (ICDC) houdt bij in hoeverre dit in de verschillende landen ook daadwerkelijk gebeurd is. Het ICDC kan regeringen ook assisteren bij het formuleren van hun wetgeving.
Informatieblad van de nVWA
Etiketten en reclame
De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit gaf in maart 2011 een Informatieblad uit over de etikettering en reclame voor zuigelingenvoeding. Dit informatieblad was hard nodig, aangezien de warenwetregeling zelf tamelijk onleesbaar is: het is een raamwerk, dat verwijst naar artikelen in de Europese regelgeving.
Net als de Europese regels en de warenwetregeling, omvat het informatieblad niet alle regels uit de WHO code en de daarbij behorende resoluties. Zo mogen er in Nederland geen afbeeldingen van zuigelingen op het etiket van volledige zuigelingenvoeding staan, maar voor opvolgmelk, net zo goed een vervangingsmiddel van moedermelk, geldt deze regel niet. En we weten allemaal dat de industrie bij de gehele doelgroep, ouders van pasgeborenen tot en met peuters adverteert met hun 2 en 3-melken…
Een aantal onderdelen van de belangrijke mededelingen die in de WHO code genoemd worden, moeten op de etiketten worden geplaatst. Ik mis echter de vermelding dat borstvoeding superieur is aan kunstvoeding, de waarschuwing tegen de gezondheidsrisico’s van onjuiste bereiding en de mededelingen dat inserts (bijvoorbeeld een kleine brochure die onder de deksel zit) ook aan de regels voor etikettering moeten voldoen.
Gezondheidsclaims horen niet toegestaan te zijn bij zuigelingenvoeding, omdat ze borstvoeding ondermijnen. Ze suggereren dat vervangingsmiddelen voor moedermelk gelijkwaardig of beter zijn dan moedermelk. Voedings- en gezondheidsclaims zijn niet hetzelfde als voedingsinformatie (deze informatie is immers heel belangrijk), en houden ouders omdat ze als voordeel worden voorgesteld, voor de gek. Het is heel eenvoudig: moedermelkvervangers hebben geen gezondheidsvoordelen boven borstvoeding. Gezondheids- en voedingsclaims schenden de WHO code voor de marketing van moedermelkvervangers en de bijbehorende relevante WHO resoluties en horen niet te worden toegestaan.
De regeling voor claims oogt streng, maar zoals hierboven uitgelegd is de suggestie van gezondheidsvoordeel niet in het belang van de baby’s. Als een ingrediënt inderdaad van gezondheidsbelang voor zuigelingen is, dan zou het bij de lijst verplichte ingrediënten moeten komen te staan en omdat ze dan in alle producten zitten is een claim op de verpakking of in reclames en brochures overbodig.
Help bij Europese lobby
Europese IBFAN-groepen zijn bezig met een lobby om een claim op kunstvoeding te verbieden. Ga naar de actiepagina en mail het stuk tekst in het blauwe kader naar jouw vertegenwoordiger(s) van het Europarlement.
Waarom vinden wij het belangrijk dat er geen claims op etiketten van zuigelingenvoeding staan? Voedings- en gezondheidsclaims op kunstvoeding suggereren dat deze melk gelijkwaardig is aan of beter is dan moedermelk en zijn welbeschouwd een vorm van reclame. Deze claims zijn misleidend omdat ze als voordeel worden voorgesteld. Moedermelkvervangers hebben geen gezondheidsvoordelen boven borstvoeding.
De suggestie van gezondheidsvoordeel is niet in het belang van de baby’s. Als een ingrediënt inderdaad belangrijk is voor zuigelingen, hoort het een basisingrediënt te zijn en is een claim op de verpakking of in reclames en brochures overbodig.
De Commissie Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI) wil een claim dat het toevoegen aan babyvoeding van het natuurlijke vetzuur DHA ‘bijdraagt aan de normale visuele ontwikkeling van zuigelingen tot 12 maanden’ niet toestaan omdat hij niet goed is onderbouwd. Om ervoor te zorgen dat deze gezondheidsclaim niet toegestaan wordt, moet deze stemming in april door het Europarlement bekrachtigd worden. Er moeten dus zoveel mogelijk Europarlementariërs overtuigd worden dat ze vóór moeten stemmen.
Help mee en ga naar de actiepagina en mail het stuk tekst in het blauwe kader naar jouw vertegenwoordiger(s) van het Europarlement.

